Culturele intelligentie als motor voor selectieprocedures

Om de vergrijzing het hoofd te bieden, is het noodzakelijk de werkzaamheidsgraad bij de actieve bevolking zo hoog mogelijk te houden. Sommige groepen, waaronder personen van buitenlandse niet-EU herkomst, blijken echter nog steeds moeilijk toegang te vinden tot de arbeidsmarkt. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de selectieprocedure die wordt gehanteerd binnen organisaties onvoldoende is afgestemd op de specificiteit van deze groep. Binnen dit onderzoek willen we dan ook een interventie ontwikkelen die de rekruteerder handvaten biedt om het selectieproces aan te passen aan de kenmerken en noden van personen van buitenlandse niet-EU herkomst. We baseren ons hiervoor op het construct ‘culturele intelligentie’ (CQ). CQ is een multi-dimensioneel, geaggregeerd construct met 4 dimensies en 11 sub-factoren die de vaardigheden om succesvol te handelen in interculturele settings omvatten. CQ kan, als dynamisch construct, ontwikkeld worden door interventies gebaseerd op de experiential learning theorie.

In een eerste fase van het onderzoek zullen we, aan de hand van een literatuurstudie, de analyse van cijfermateriaal en diepte-interviews, achterhalen welke dimensies en/of sub-factoren van CQ rekruteerders bewust of onbewust aanwenden binnen het selectieproces. Op basis hiervan ontwikkelen we een interventie, gestoeld in de experiential learning theorie. Deze interventie wordt vervolgens cyclisch verrijkt en bijgestuurd. Concreet wordt de interventie in drie opeenvolgende cycli binnen telkens vier (nieuwe) bedrijven aangeboden en geëvalueerd. De evaluatie vormt de basis voor het verder bijsturen en verrijken van de interventie alvorens deze opnieuw aan te bieden in vier nieuwe bedrijven. Na het doorlopen van de drie cycli, wordt de interventie gefinaliseerd, en aangeboden en actief gepromoot als vormingspakket.

Looptijd: 2018-2020

Onderzoekers: Hanne Claessens en Carolien Cuyt