Connecting the Context

Het Vlaamse beleid inzake jeugdhulp en wetenschappelijk onderzoek m.b.t leefklimaat binnen de residentiële jeugdhulp onderstrepen het belang van contextgericht werken en participatie van ouders en jongeren.

Leefgroepbegeleiders geven aan contextgericht werken (soms) invulling vanuit de leefgroep, maar ervaren dat als niet evident. In leefklimaatonderzoek komt de beleving van jongeren i.v.m. contextgericht werken, niet aan bod. Nochtans wordt het erkend als een belangrijke indicator. De maatschappelijke context van superdiversiteit* zorgt voor extra uitdagingen bij contextgericht werken. (Leefgroep)begeleiders ervaren handelingsverlegenheid. Een cultuursensitieve benadering dringt zich op.

D.m.v. participatief actieonderzoek (PAO) in twee voorzieningen binnen Jongerenwelzijn gaan begeleiders als mede-onderzoekers op zoek naar concrete praktijkgerichte antwoorden op hoe cultuursensitief contextgericht gewerkt kan worden vanuit een leefgroep.

Binnen elke voorziening wordt een community of practice (COP) geïnstalleerd als inspirerend leerplatform en als methode om eigenaarschap te delen. Ouders en jongeren worden rechtstreeks bevraagd en veranderingsprocessen worden gemonitord. De wijze waarop en de concrete participatie van jongeren en ouders daarin, wordt uitgewerkt in samenspraak met de COP. Daar waar het perspectief van concrete ouders en jongeren niet rechtstreeks betrokken kan worden, worden die perspectieven aanwezig gesteld via samenwerking met organisaties die een structurele plaats hebben binnen de jeugdhulp op vlak van jongeren- en ouderparticipatie. Het ondersteuningsteam wordt betrokken i.v.m. de specifieke focus ‘culturele diversiteit’.

Een handelingskader m.b.t. cultuursensitief contextgericht werken vanuit het leefklimaat, inclusief faciliterende en belemmerende factoren op handelings-, leefgroep- en organisatieniveau wordt ontwikkeld en opgenomen in een concept van in-service training.

*‘Superdiversiteit’ is een begrip dat voor het eerst geïntroduceerd is door Vertovec in 2007. Volgens Geldof (2017) gaat het over 3 transities die noodzakelijk samengaan en hun onderlinge wisselwerking: De diversiteit neemt toe, de diversiteit zelf wordt diverser en er spelen zich langzame en soms moeizame processen af van normalisering van de diversiteit. Het gaat niet langer over minderheden die de uitzondering zijn in een blanke samenleving.

Looptijd: 2018-2022

Onderzoekers: Mieke Defieuw, Sarah Verreyken